Ga naar de inhoudsopgave

Slag um de Pil

VURHALEN

Ik zag ergens iets voorbij komen over 'n stuk dat in 'n oud Peelbelang stond over "de slag om de Peel" dat werd geschreven rond 1948/1949, maar het was nogal onduidelijk en het is bijna niet te lezen. Toch vond ik het wel interessant om dit hier te plaatsen. Piet van der Zanden, de schrijver, had vanalles verzameld samen met 'n vriend van hem en wilde dat iedere week in het Peelbelang met de mensen delen. Ik heb de Peelbelang uitgaves gecopieerd en vergroot en wat duidelijker gemaakt voor mezelf zodat ik het verhaal zelf kan typen en dat het voor iedereen leesbaar is. Ik hou de delen precies zoals Piet dat ook deed.

SCOLL MAAR NAAR ONDEREN
NIEUWE DELEN WORDEN ONDERAAN BIJGEPLAATST



DEEL 1


In de loop van 1945 hebben Piet van der Zanden en zijn vriend Koos Wasser zoveel mogelijk gegevens verzameld over wat ze toen noemden "de slag om de Peel". Ze wilden hier 'n boekje van uitbrengen maar door diverse omstandigheden gebeurde dit niet. Natuurlijk is het voor Piet onmogelijk om alles te beschrijven wat er toen gebeurde in Asten, Someren, Lierop, Ommel, Neerkant, Liessel en Vlierden gebeurd is. Ze konden ook niet uitvoerig vertellen over elk detail omdat de betrouwbare gegevens niet altijd beschikbaar waren. Hoofdzaak van Piet was om de feiten juist weer te geven. We weten dat veel mensen in de tweede wereldoorlog in de Peel lange tijd aan hun radio hebben gezeten en ze hoorden dan namen als: El Alamein, Dnjepropetrowsk, Pearl Harbour, Guam, Stalingrad en nog veel meer van dir soort plaatsen en die namen bleven ze niet altijd onthouden maar wat er in de Peel gebeurde werd door hen wel onthouden want daar waren ze persoonlijk bij betrokken, het waren hun eigen huizen die verwoest of beschadigd waren, het waren hun eigen familieleden, bekenden of vrienden die getroffen werden door granaten en bommen of die gedood werden door mijnen. Het was hun dorp dat geschonden hun kind of vader, zoon of dochter die verminkt werd. Zoiets vergeet je niet. Piet kan natuurlijk niet ieder uur en datum van elke gebeurtenis noemen want toen leefden de mensen eigenlijk tijdloos zonder begrip van tijd etc. Wat hij wil vertellen is eigenlijk voor die mensen van toen geen echt nieuws maar hij wil 'n afgerond overzicht geven en de gebeurtenissen plaatsen in het kader van de grote geheel der bevrijding van Nederland en het verslaan van de Duitse legers. Nu het nageslacht de geschiedenis kan lezen van Wereldoorlog II weet men ook dat het gebeuren in de Peel geen afzonderlijke vermeldingen heeft in de bestaande boeken maar toch was die slag van 'n hevigheid die lange tijd niet meer was voorgekomen. Voor Nederland zal deze slag altijd zijn aparte betekenis behouden omdat hij de bevrijding van geheel Brabant en Noord Limburg inluidde. Vervolgens zegt Piet hierover: Wie zou bij de vlotte opmars van de geallieerden door Noord Frankrijk en Belgie gedacht hebben dat de moerassen van de Peel het terrein zouden worden van een zo bloedige strijd. De Duitsers waren er in 1940 handig omheen getrokken. Waarom zouden de Engelsen minder handig zijn? Helaas, de Duitsers waren niet van plan zich zo gauw gewonnen te geven en zij nestelden zich stevig op de moergronden waarop volgens algemene opvatting met zware wapens als tanks e.d. niet zou kunnen worden gevochten. Bovendien hadden zij Venlo als een stevige steun in de rug. De tankbeweging, door hun in 1940 toegepast werd in groter formaat ook door de Engelsen uitgevoerd maar deze moesten heel wat materiaal en mensen in de strijd werpen om de Duitsers te kunnen verdrijven. Het bruggenhoofd der Peel was eind Oktober 1944 voor de Duitsers nog de basis van waaruit zij een stevie tegenaanval deden die Neerkant en Liessel het slachtoffer deden worden en die Deurne en zelfs Helmond nog gevaar deden oplopen. In Asten heeft men toen gelukkig het gevaar niet zo gekend, al verdwenen heel wat mensen uit voorzorg over de Zuidwillemsvaart. In de slag om de Peel zijn drie fasen... de eerste brachten de geallieerden in de Westelijke rand van de Peel, de tweede werd gevormd door de tegenaanval van de Duitsers rond 28 Oktober 1944 en de derde bestond uit de definitieve uitdrijving van de Duitsers. Piet dacht bij het schrijven wel dat hij sosm op de vingers zou worden getikt door ingewijden want hij dacht dat hij door de ene denkt dat hij iets verkeerd weergaf en door de andere iets vergeten was. Men moet niet vergeten dat Piet niet overal zelf bij is geweest en veel dingen van anderen heeft moeten horen. Het is nooit zijn bedoeling geweest om dingen anders weer tegevn als zoals ze zijn gebeurd. Veel dingen heeft hij uit officiele rapporten. Het kan ook zijn dat er gebeurtenissen zijn die in andere kranten ooit anders zijn weergegeven maar ook die berusten niet altijd op de waarheid. Zoals we Piet van der Zanden kennen schrijft hij altijd prachtige verhalen die echt niet uit zijn duim zijn gezogen. Dit was even het voorstuk over wat jullie te lezen krijgen straks. Ik zal ieder week n of twee stukken hier plaatsen en ik denk wel dat veel Himmelnaren dit interessant zullen vinden... mensen zoals ik die n de oorlog zijn geboren en van de oorlog zelf niets hebben meegekregen zullen het wel fijn vinden om te weten hoe het werkelijk hier in de regio heeft afgespeeld en ook de kinderen die na b.v. 1960 zijn geboren kunnen dan ook nog 'ns lezen hoe belangrijk de Peel is geweest in oorlogstijd..





Opmars der geallieerden - "Rond Dolle Dinsdag"

DEEL 2-A

Welk een enthousiasme voer er door de mensen toen op 6 juni 1944 de langverbeide invasie een feit was. Jaren lang had de druk geduurd en wat men elkaar totdantoe meestal steelsgewijze had durven overbrieven en toefluisteren werd nu openlijk gezegd. Want de Engelsen zouden nu wel gauw hier zijn. De invasie was immers begonnen. En uit de opzwepende verhalen van Den Doolaard had men er een voorstelling van gekregen die bij zeer velen was terug te brengen tot de primitieven de geallieerden komen met man en macht aan land en snellen dan in ijltempo naar Berlijn. Zo eenvoudig was het evenwel niet. Later zijn die naivelingen wel tot een ander inzicht gekomen toen zij zagen wat er aan mensen en materiaal alleen maar nodig was als er nog niet gevochten werd. En daar op de kust van Frankrijk moest de beroemde Antitankwall geforceerd worden, moesten honderdduizenden mensen en kanonnen en tanks en minutie aan land gebracht worden. Niet met behulp van aanwezige en bruikbare haveninstallaties maar zo van het schip naar het strand. En dat onder vijandelijk kanonvuur en vliegaanvallen. Het enthousiasme van de eerste dagen werd bij sommigen al bezorgdheid en wankelmoedigheid, toen de gevechten maar steeds beperkten tot betrekkelijk kleine ruimten op de Normandische kust. Zij zagen over het hoofd, dat Eisenhouwer geen risico wenste te nemen en dat hij voor de beslissende doorstoot over voldoende aanvalskracht wilde beschikken. Zijn tactiek is juist gebleken en al heel gauw konden we de Duitsers weer bekijken met dat medelijdend ern spottend lachje van de eerste na-D-Day-dagen. Jaren lang hadden we ze als lucht beschouwd. Nu begonnen we ze te zien, maar het is ongetwijfeld voor de bezetters geen prettige gewaarwording geweest! Toen de geallieerden evenwel loskwamen, stonden de grootste optimisten nog paf. Want de fenomenale "Blitzkrieg" van de Duitsers in 1940 werd overtroffen door de legers van de Amerikaanse generaal. Het grootste deel van Frankrijk werd weldra bevrijd. De geallieerden stormden Belgie binnen, naderden de Nederlandse grens. Onze buren kwamen er, over het algemeen genomen, juist zo goed af, omdat de Duitsers nergens gelegenhaid kregen zich schrap te zetten. De Engelse en Amerikaanse tankcolonnes waren hun bij wijze van spreken al voorbij, voordat ze op hun komst verdacht waren. De Duitse legers werden zo in de war gebracht, dat ze in wanorde op de vlucht sloegen, in de pan werden gehakt, of zich moesten overgeven. De geallieerde vliegtuigen bombardeerden en beschoten de terugtrekkende troepen meedogenloos en van het eens zo "siegreche" leger bleven slechts gedemoraliseerde troepen over. De snelle terugtocht van de Duitsers wekte onder ons volk reacties die het leed van vier jaren bijna deden vergeten. Men was er al zo zeker van, dat de Engelsen gauw hier zouden zijn, dat men zich weinig zorgen maakte over eventueel nog door de Duitsers te bieden weerstand. Men nam zonder meer aan dat deze op de vlucht zouden slaan, zodra zich maar een Engelse plaate of bonkige Amerikaanse helm zou vertonen. Men was nu wel zeker van een spoedige bevrijding. Duitse vliegtuigen hoorde men weinig meer in de lucht. Wat er nog aan materiaal was, scheen naar elders te zijn overgebracht. De gebruikelijke jachten in de voornachten bleven steeds meer achterwege.



DEEL 2-B


Des te veelvuldiger kwamen echter de Britse jagers bij daglicht hun oorlogswerk verrichten. Treinen werden beschoten, autoverkeer op de wegen eveneens en men zag gewoonlijk fel naar boven loerende Duitsers motors en auto's besturen. Was er een jager in de burt, dan schoof de auto onder het beschermende camouflagegroen van een boom en de dappere Germanen reden pas weer verder, als geen gebrom meer te horen was. Op het laatst kon men geen wagen meer zien, of op het spatbord zat een soldaat die onder het rijden de lucht moest afzoeken. De Britten hadden er schik in.
Helaas vielen er ook burgerslachtoffers te betreuren bij deze militaire actie der Engelsen. In de namiddag van 28 augustus deed een Engelse escadrille jagers een aanval op een goederentrein, die uit de richting Helmond naar Eindhoven was vertrokken. We kennen alle nog het gierend geluid waarmee zulke duikvluchten werden uitgevoerd. Ieder op zijn beurt suisde naar beneden, recht op het doel af, op het juiste moment de bom loslatend. Jammer genoeg mislukte deze aanval voor het grootste deel. Wel werden enkele wagons in brand geschoten en werd de locomotief onbruikbaar gemaakt, maar de bommen misten hun doel en kwamen alle langs de spoorbaan terecht. Een jongeman uit Helmond werd op slag gedood. Een bom kwam terecht in een woonblok aan de Helmondseweg op het Hout. Vijf woningen werden bijna geheel vernield en vele andere liepen zware schade op. Enkele personen kregen nog lichte verwondingen. Op dexelfde 28ste augustus beleefde Deurne een opwindend voorspel van zijn bevrijding. In de avond van die dag deden enkele Engelse jagers een aanval op een passagierstrein, welke daar op het station stond.
De vliegtuigen scheerden laag over de wagons en boven het geraas der daverende motoren klonken knal-reeksen van de mitrailleurs. Met verbluffende en het hart weldoende snelheid maakten de Duitsers, die het atweergeschut moesten bedienen, dat op 'n platte wagen van de trein was opgesteld, zich uit de voeten. Ze schenen de kracht van de Britse jagers te kennen en hadden zich eerder in veiligheid gesteld dan de treinreizigers. Helaas kwam een van dezen om het loven en een ander moest zijn arm missen.
Overigens was het succes nul, want de locomotief werd niet geraakt en de trein kon zijn reis voortzetten. In de morgen van 1 september beleefden de bewoners van de Houtse Parallelweg in Helmond hun tweede schrik. Weer werd toen een trein aangevallen, maar zonder succes. Door de afgegooide bommen werden twee huizen geheel en enkele andere woningen gedeeltelijk vernield. Een vrouw werd ernstig gewond en drie personen, die een der huizen waren binnengevlucht, vonden in hun wijkplaats de dood. Dergelijke gebeurtenissen, die aantoonden dat het front ons land begon te naderen, zetten wel een domper op de algemenen opgewektheid over de steeds dichterbij komende bevrijding.
Dat deed ook de moord op de Burgemeesters van Asten en Someren, op WJM Wijnen en PJ Smulers, die in de nacht van 14 op 15 augustus uit hun woningen werden gehaald en op de kanaaldijk onder Someren werden neergeschoten. Het was alsof de dierlijke instincten van de Duitsers hen het zicht van de komende nederlaag in felle wraakzucht nog brachten tot het bedrijven van dergelijke gruweldaden of tot het doen uitvoeren ervan. De Silbertanne-aktion, die terreurmoorden deed verrichten z.g. als represaille-maatregel, beleefde in de laatste maanden voor de bevrijding haar bloedig bloeitijdperk. De droegheid en verantwaarding in beide gemeenten was groot. De uitvaartdiensten en gebedsoefeningen werden een grootse demonstratie van dankbaarheid voor het werk van de gevallenen en de bewondering voor hun moed. Het volk van Someren en Asten was dagen lang verslagen om het verlies van zijn beide leiders, zo kort voor de bevrijding.




DEEL 3-A

Nog steeds niet is definitief vastgesteld, of het fameuze bericht, dat de Duitsers totaal het hoofd deed verliezen een vergissing of een vooropgezette propagandastunt is geweest. Dinsdag 5 september 1944 zal niettemin een merkwaardige datum blijven in de geschiedenisvan de bevrijding van ons land en die hem meegemaakt hebben als goed Nederlander, zullen er altijd met smaak aan terugdenken. De Duitsers hebben er stellig minder aangename herinneringen aan en met hen de NSB-ers, landverraders en profiteurs die zich toen niet voldoende gedekt waanden. Wat was het geval? De Londense radio gaf het bericht door, dat de geallieerde troepen de Nederlandse grens overschreden en Breda bereikt hadden. Achteraf bleek deze mededeling wals te zijn al schijnen er een of twee verkenners-pantserwagens aan de rand van Breda geweest zijn. Wij kunnen best aannemen dat dit zo mogelijk is geweest, gezien de gekke situaties die uit de oorlog bekend zijn geworden. De uitwerking van het bericht overtrof die van de actie van vele Britse jagers of luchtvloten, Het was verbluffend.
De Duitsers raakten er zo van overstuur dat zij een waar sauve-quipret op touw zetten. Een stroom van Duitse militairen kwam over de Belgische grens naar Nederland. We kunnen best aannemen dat het niet de elitetroepen van Hitler waren, maar voor 'n groot deel de mannen die min og meer gedwonegen bij het leger waren ingelijfd. Anders zou een dergelijk reactie niet in zo massale vorm hebben kunnen opsteden.
Dag en nacht trokken de troepen voorbij, richting Duitsland. Het was een verslagen leger, een medelijwekkend leger oog. Haveloze troepen met buitgemaakte vervoermiddelen, als Franse karren, Belgische wagens, opgeeiste fietsen, tot kinderwagens toe. De wagens hingen vol vermoeide kerels. Anderen sloften achter hun met een mitralleur bewapende kinderwagen. De Fransen en Belgen gedwongen met paard en kar mee te gaan, lieten deze graag in de steek, wanneer zij daartoe maar gelegenheid kregen. De Duitsers letten echter wel op dat de mannen niet zo gemakkelijk konden ontsnappen. Desondankt slaagden er regelmatig in er tussenuit te trekken natuurlijk met behulp van Nederlanders, meestal de weg gewezen door de ondergrondsen die nu de kracht van een organisatie al begonnen te voelen als een grote steun.
Aanvankelijk had de terugtocht een vrij goed verloop, zo vertelden de Duitsers maar de Tommies met hun gierende en mitaillerend jagers bleven zo onbarmhartig en zo doelmatig aanvallen, dat de verwarring met de dag toenam. Dit had tot gevolg dat men de aanvoerders liet praten en dat ieder zijn eigen lijf trachtte te redden. Van de veelgeprezen nationaal-socialistische gemeenschapszin, van de broederschap en volksverbondenheid bleef in de praktijk niet veel over. We hebben dat maar al te goed kunnen zien. Het waren leuzen en daarom werden ze nu vergeten.
Platte petten in auto's snorden met een gerust hart voorbij infanteristen, die bijna te moe waren om zich nog lang te kunnen voortslepen. Gegapte fietsen werden evenmin afgestaan. Wie wat had, hield het, gedachtig de spreuk: "ieder voor zich"....




DEEL 3-B

Welk 'n verschil met Mei 1940 toen de stevig marcherende colonnes voorbij trokkenzingend "Siegebewusst", in het bezit van ontzaglijke hoeveelheden materiaal, wat ons mismoedig deed zeggen: "Ja over zes weken zitten ze in Londen". Hun vrachtwagens bleken geslonken, beschadigd of verdwenen. Hun uitrusting dwonge geen respect meer af. Hun houding,m vroeger aanmatigend was nu neerslachtig. Wat hen echter niet weerhield om fietsen te vorderen, paarden en karren mee te nemen, koeien en varkens te slachten en meer van die dingen welke een verslagen leger zich zelfs kan veroorloven, zolang de overwinnaar nog op meer dan schotsafstand is. Wat we in Asten zagen passeren, heeft men ook in Someren gezien. Andere troepen trokken door Helmond en Deurne en allemaal gingen ze in de richting Venlo. Daar gaat een totaal verslagen leger, zo dachten de mensen van de Peel. En ze staken hun leedvermaak niet onder stoelen of banken. Als de Duitsers een gesprek aanknoopten, zorgden de mensen wel dat de algemeen defaitistische stemming er niet beter op werd. Natuurlijk waren er Duitsers die nijdig beweerden, dat ze over enkele maanden terug zouden komen met hun nieuwe wapens. Hitler had het immers zelf gezegd. Zouden ze hem, dit zeggend, nog geloofd hebben, na wat ze met hun Atlantikwal, hun beloofde, maar uitgebleven vliegerhulp, hun wanordelijke ravitaillering en zo meer hadden meegemaakt? Of zouden ze het maar gezegd hebben om de Nederlanders bang te maken, zelf wel beter wetend? Me dunkt zo dat ze voor het grootste deel wel geweten zullen hebben dat hun vlucht, blijvend verlaten van ons land betekende. En ook, dat ze nergens anders meer naar verlangden dan thuis te komen, thuis te blijven in "die Heimat". Want het zwervend leven van jaren zal ook hen wel zijn gaan tegenstaan zeker toen de verhoopte overwinningen uitbleven.
De terugtrekkende troepen poosden nergens lang. Ze moesten echter helemaal niet meer vooruit kunnen voordat ze hun bivak opsloegen. Openbare gebouwen trokken hen meer aan dan inkwartiering bij burgers. Zouden zij bang zijn geweest voor acties of bleven zij liever dicht bij elkaar om gauw te kunnen verdwijnen als er alarm gemaakt werd? In ieder geval was de bevolking met deze gang van zaken ingenomen. Men was er niets op gesteld, het haveloze leger over de vloer te krijgen.
Overal in het land, en natuurlijk ook in de Peelstreek, schoot de NSB-ers, de Burger-Duitsers, de Deutch-freundlichen en al dergelijke de schrik in de benen toen hun beschermers zo klaarblijkelijk in moeilijkheden waren. De Duitse burgers verdwenen. Hun organisatie voor overbrenging naar Duitsland maakte in Helmond de zaak klaar. Met vergetenh van de schone leuzen, waarop ik boven reeds zinspeelde. Er was bij de overbrenging een zeer duidelijk voorkeur en het waren niet de meest-gegoeden of de laagste partijleden die het laatst "befordert" werden, Integendeel!
De dappere landwachters die zo krijgshaftig met hun jachtroeren door de straten hadden gelopen, zochten achtereenvolgens een goed heenkomen. Maar ze vonden het niet allemaal, zoals later gebleken is. Ze ondervonden wel de dankbaarheid van de Duitsers die gouden bergen beloofd hadden, die hun leuzen als vuurwerk hadden afgestoken maar die uiteraard nu het eerst zichzelven dachten. Dit menselijke was de Duitsers in ieder geval niet vreemd.
Niemand zag de Landverraders node gaan, want hun verdwijnen wees er op dat het voor ons allen de goede kant uit ging. Dat bleek ook wel uit de handelswijze van de commandant van het Eindhovense vliegveld. Die hield ons in de nacht van 5 op 6 september 1944 wakker!




DEEL 4-A

Boem! de huizen van Asten trilden op zijn grondvesten. En zo ging het op alle plaatsen, gelegen en een straal van enkle tientallen kilometers rond Eindhoven. Wat was er aan de hand?
Dit vroegen zich duizenden af, toen zij door de eerste zware ontploffing in de avond van 5 september 1944 worden opgeschrikt. Men mag naar buiten om de buurman te vragen of die soms ook iets gehoord had. Een overbodige vraag want buurman stond al buiten, zijn kinderen huilden reeds en de honden blaften tegen de avondlucht. Plotseling een heftige flakkerende weerschijn tegen de Westelijke lucht, vanuit Asten gezien, alsof ver weg een groots vuurwerk werd afgestoken. Het was de vaste gewoonte geworden om te tellen hoeveel seconden tussen licht en ontploffing zouden liggen, dat ik het ook nu automatisch deed. Toen de slag volgde wist ik het: Eindhoven. Maar wat zou men daar aan het doen zijn? Een bombardement verliep altijd anders. Dan was er gebrom voor en gebrom na. Dan kwam het afweerdeschut in actie en zag je de lichtgevende munitie haar sporen trekken tegen de lucht en vonkten de uiteenspattende granaten.
Er was geen andere conclusie mogelijk dat deze: Moffen laten de vliegveldinstallatie, minutievoorraden e.d. springen. De schrik na de eerste ontploffing ging over in voldoening. Want als de militaire commandant dergelijke dingen ging doen, stonden we er uitstekend voor!
De volgende morgen, toen de reeks ontploffingen geeindigd was, kregen we spoedig zekerheid. Een Eindhovenaar bracht het bericht mee, al wist hij uiteraard niet het fijne van de zaak, want publiek was er geen uitgenodig. Het vertrouwen in een spoedige bevrijding nam na deze nacht nog toe en menwaande, dat de Engelsen niets meer overbleef dan zegevierend door dorpen en steden te trekken.
Fabrieken en werkplaatsen lagen stil want men diende immers klaar te zijn om de bevrijding te verwelkomen. De arbeiders bleven thuis. De een, omdat de toestand gevaarlijk kon worden, als er nog eens geschoten mocht worden, de ander, omdat hij met weer andere niet-werkers zoveel te bepraten had over de gelukkig gekeerde kansen. Na enkele dagen kwam er een eonde aan het getrek der Duitsers. Er ontsond een soort luchtledig, dat door de onverwachte rust eigenlijk groeiende onrust verwekte bij de mensen. Wat was er nu eigenlijk aan de hand? Waarom kwamen de Engelsen Niet? De Duitsers waren immers teruggetrokken. Ons land lag open voor de bevrijders. Waarom kwamen ze toch niet?
En de radi, al driester beluisterd nu de gevaarlijke NSB-ers verdwenen waren, gaf maar weinig nieuws. Waarom trokken de Engelsen toch niet over het Leopoldskanaal? Over de zee waren ze zo gemakkelijk heen gekomen. Kon een kanaal hen dan tegenhouden? Men begreep er niets van. Maar begon wl te begrijpen, dat er nog wel het een en ander zou kunnen gebeuren voordat de Tommies door de straten van onze Peeldorpen zouden lopen en rijden. De jubelstemming maakte plaats voor opkomende schrik. Voor ontstemming ook. Maar in de nachten was er in de verte al vaag het gerommel van artillerievuur te horen.




DEEL 4-B


Nu het front zich meer naar Nederland verplaatste, luisterde de ondergrondse naar het parool, dat door de regering in Londen werd uitgegeven. Sabotage moest er gepleegd worden, om de aanvoer van troepen en wapens te vertragen. Bruggen moesten beschadigd, rails opgebroken, leidingen vernield worden. En zo gebeurden deze dingen ook in de streek van de Peel.
De ondergrondsen deden dingen die de meer bezadigden erg gevaarlijk voorkwamen. Maar ja, elke activiteit was toen gevaarlijk en hoe zou men iets kunnen bereiken zonder iets te wagen? Het was goed dat de mannen die iets deden niet allenvan het afwachtende type waren. Hun daden verontrustten de Duitsers en gaven de burger moed.
Ondergrondsen overvielen kleine groepjes Duitsers en daarna de wapens te bemachtigen. Een echt bravour stukje leverden een paar Astense jongens, die op de kanaaldijk enkele Duitsers gevangen namen, hen ontwapenden, hun paard en wagen meenamen en openlijk daarmee kwamen aanrijden. Dat er geen represailles genomen werden tekent de verwarde toestand van toen.
In Deuren werden op klaarlichte dag enkele postmannen overvallen. De buit bestond o.a. in distibutiebescheiden, die zonder veel verzet werden afgegeven. Alle Deurnese mensen glunderden om het succes, uitgezonderd natuurlijk de enkele van het bekende maar onbeminde soort. Enkele dagen leter werd op de Rakt (tussen Deurne en Helmond) een trein tot ontsporing gebracht, ook hier bleven replesaille-maatregelen uit.
Op Dolle Dinsdag zelf had in de Peel langs de spoorlijn naar Venlo tussen America en Griendtsveen een drama plaats, waarbij twee vooraanstaande strijders uit het ondergrondse verzet de dood vonden. Frits de Bruijn uit Asten, bekend onder de naam Alphons en Mertien van den Eijnden uit Deurne (Watje) werden door de Duitsers betrapt, toen zijn 'n stuk uit de rails aan het losschroeven waren. Hoe het precies is toegegaan kon men naderhand slechts gissen, want directe getuigen zijn er niet geweest.
Per auto waren zij naar de Peel getrokken. In het klein station van America hadden zij de telefoon onklaar gemaakt en van een spoorarbeider kregenzij een grote Engelse sleutel. In de buurt stond een trein met SS-ers die wachtte op de terugkeer van de locomotief welke water was innemen. Waarschijnlijk hebben de inzittende van deze trein de beide ondergrondsen, - waarvan Frits gekleed was in de uniform van soldaat der luftwaffe - bezig gezien aan de spoorlijn, hen betrapt en toen een nader onderzoek ingesteld.
Hun beider lijken werden langs de spoorlijn gevonden. Asten had opnieuw zo kort voor de bevrijding, een van haar voornaamste verzetsmannen te betreuren, want lange tijd was Alphons de durver, de helper van piloten en onderduikers, de man, die actief verzet pleegde en die anderen een hart onder de riem stak wannee die dreigden te versagen.

In de avond van 8 september werd het stoffelijk overschot van Frits de Bruijn per auto naar Asten overgebracht, waar in stilte op het kerkhofde absoute werd verricht. Frits werd begraven in de Brabantse grond voor welke bevrijding hij zijn jonge leven had gegevem. Die hem gekend hebben zullen hem nooit vergeten. Voor hen is het monument op de plek waar martien en Frits gevallen zijn niet nodig om de herinnering aan de beide verzetshelden levendig te houden.




DEEL 5-A

Hoe waren de ondergrondsen aan hun wapens gekomen? Over de Engelse zender was veel gesproken over het afgooien van wapens op bepaalde punten en, na radiocontact, over de ligging van die plaatsen. Hoe het elders geweest is, kan ik niet zeggen, maar hier in de buurt zijn op die manier geen wapens gekomen of mislukten de poging tot afwerpen. Er moest dus iets anders op worden gevonden. En er werd ook iets op gevonden.
De ondergrondse haalde haar wapens uit het kamp Ostkompagnie in Helenaveen, waar de groep Neerkant haar slag geslagen had. De buit was ruim genoeg om Liessel en Asten mee te doen delen, want men had er gevonden: 50 karabijnen, 20 pistolen en 2 mitrailettes. Ik memoreerde reeds hoe terugtrekkende Duitse troepen werden overvallen en ontwapend. Op dat gebied zouden nog meer andere staaltjes geleverd worden.
Op 5 september was ook in Liessel een K.P. gevormd, waarin uiteraard jongelui werden opgenomen die in het verzetswerk al enige ervaring hadden. Het verleden had dit bewezen. De leiding van de groep was er van op de hoogte dat de Arbeidsdienst een geheim bevel had, naar den Bosch te vertrekken met de aanwezige manschappen zodat het daarvoor vastgestelde sein gegeven zou worden. Daar zouden dan verdere bevelen in ontvangst genomen kunnen worden.
De leider van "Heitraks Goor", een der kampen, had de brief met geheime opdracht geopend en zijn jongens gezegd dat ze maar "moesten opdonderen". Deze jongens moesten natuurlijk ergens worden ondergebracht om te voorkomen dat ze naar Duitsland gestuurd zouden worden. Maar deze inkwartiering of onderdakbrenging leverde moeilijkheden op in verband met het eten en de dekking. De onderhopman die niet te vertrouwen was, werd gevangen genomen door de Liesselse K.P. en met enkele andere NSB-ers zolang ergens ondergebracht.
Dit wordt hier eenvoudig neergeschreven maar zo eenvoudig en gevaarloos was dit werk echter niet. Men moet niet vergeten dat de Duitsers nog in ons land waren, dat er voortdurend militairen passeerden en dat men heus niet kon weten hoe de volgende dagen de ontwikkeling der feiten zou zijn.
Bovendien was er altijd het gevaar van de gewichtig doende mensen die wilden laten horen dat zij van alles op de hoogte waren. De gevaarlijke ongewilde verraders zou men ze kunnen noemen die er tijdens de bezetting meer zijn geweest dan menigeen weet. De overtuiging van eigen belangrijkheid, die ze aan anderen wilden bijbrengen verleidde hen tot het doen van mededelingen welke geheim hadeen moeten blijven. Zo bleek ook in Liessel aldra, dat er meer gepraat was dan veilig kon zijn. De gevangenen moesten dus weg. En zo gauw mogelijk.
Uit het andere kamp, de "Rooie Braak", waren de jongens van de arbeidsdienst des middags om 3 uur vertrokken en omdat het kampleeg was werd een bewakingsdienst georganiseerd, in overleg met de burgemeester van Deurne. "Vreekwijk" het derde kamp, werd ook op 8 September bezocht. Men stelde er eveneens een wachtdienst in. Des middags om 3 uur kwamen de moffen controleren maar de papieren der "hulppolitie" waren in orde, zodat de bewakers hun posten konden blijven innemen!




DEEL 5-B


Helaas viel hier door een samenloop van omstandigheden toch nog een slachtoffer. De kapelaan kwam toevallig langs met een onderduiker H. Moll, een halfbloed, die ook bij de ondergrondse was ingedeeld, alhoewel hij hij pas van elders naar Liessel gekomen was. De Moffen dachten eerst dat ze met een Amerikaanse piloot te doen hadden en Moll moest zij jas uittrekken. In die jas zat een pistool. Waarschijnlijk zou er niets gebeurd zijn als hij de jas achteloos op de grond had gegooid. Maar Moll geschrokken en in de war van de plotselinge controle sloeg op de vlucht.
De anderen stonden star van schrik. Wat zou er gebeuren? De Duitser trok zijn pistool en schoot de vluchteling neer, die door talrijke kogels werd getroffen. Hij was onmiddelijk dood.
De Duitsers, nu vol argwaan tegenover de rest van de groep, namen allen mee. Ze wilden nagaan, wie er nog meer wapens in zijn bezit had. Een van hen, ook een vreemdeling werd tegen een muur gezet en herhaalde malen geslagen. Later namen de Duitsers hem mee naar Venray, naar Eindhoven, Nijmegen en den Bosch, maar gelukkig kon hij tijdens het laatste vervoer ontvluchten. Na de bevrijding heeft de commandant der Astense O.D. hem nog mee teruggebracht. De Duitsers waren die nacht in hun stellinkje erg onrustig en schoten meermalen in de lucht, blijkbaar om eigen vrees te verdrijven. De volgende dag werden de gevangen genomen N.S.B.-ers naar Lierop gebracht, dat wil zeggen, de Astense ondergrondsen kwamen de Liesselsen tot de Hoeve tegemoet, waar de menselijk buit werd overgenomen.
Het was een heel waagstuk om de acht kerels van de Hoeve naar Lierop te brengen, niet alleen vanwege de afstand, maar ook vanwege het grote risico ergens Duitsers te ontmoeten. Men moest immers over de Zuid Willemsvaart. Maar de Astenaren lapten 't hem en ze brachten het tot een goed einde. Wat was dat, het kamp Lierop?
In de zomer van 1943 vroeg een Nederlandse reserve-luitenant aan boswachter Bussers in Lierop, of deze in de bossen geen hut voor hem kon bouwen, geschikt als onderduikplaats. De hut kwam er, maar de man mocht bij Bussers onderduiken!
December 1943 werd in Asten contact gezocht. Daar moest een onderduikerskamp op Hoogenbergen in de staatsbossen uit voorzorg worden opgeheven omdat te veel personen van het bestaan van dit kamp op de hoogte waren gekomen. De op Hoogenbergen verblijvende mannen wilden nu naar Lierop en Bussers zegde toe wel een 30 of 40 man onderdak in de bossen te kunnen verschaffen. Bussers wees de plek aan op Moorsel, ook in de staatsbossen, maar om alles zo goed mogelijk geheim te kunnen houden, wilde hij zelf alleen als verbindingsman fungeren. Er kwam hout en voedsel. Alles moest des nachts worden aangevoerd. Maar het kamp groeide intussen van tent tot een aantal meer bewoonbare hutten.
In Februari 1944 kwamen er twee Amerikanen, die later door Frits de Bruijn maar Maastricht gebracht werden. De bevolking groeide overigens tot 30 man die ieder hun taak hadden. Men amuseerde zich zo goed en zo kwaad als het ging. De politie, voor zo ver men die had moeten inwijden, verleende volle medewerking. Het is hier nu niet de plaats om de hele geschiedenis van het kamp te vertellen. Ik volsta met nog mee te delen, dat o.a. 15 piloten in het kamp korter of langere tijd verbleven hebben.
In Augustus troffen ook de kampbewoners hun voorbereidingen voor optreden naar buiten. Er werden stukken weggebroken uit de spoorlijn Helmond-Eindhoven en andere acties uitgevoerd en de gevangenen van Liessel werden met zorg in het kamp onder verzekerde bewaring gesteld.
Zij die hier bijeen waren, zijn heus geen bange onderduikers geweest, maar werkelijk mannen van het verzet. Die geholpen werden door mensen uit Lierop en Asten, waartoe behoorden een overste van een zusterklooster, een kapelaan en menig ander goed vaderlander, die door ononderbroken steun in die gevaarlijke tijd bewezen, dat hun "volksgebondenheid" geen leuze was maar schone practijk.




Het Voorspel

DEEL 6-A

Zondag 17 september trachtte Montgomery zijn grote slag te slaan door het vormen van een corridor tot Arnhem, waar als doel lag: de brug over de Rijn. Deze brug hoopte Monty onbeschadigd in zijn bezit te krijgen evenals die van Nijmegen. Was die opzet gelukt dan zou de sprong naar het Rijngebied veel gemakkelijker geweest zijn, omdat snelle aanvoer van materiaal verzekerd was geweest.
De landingstroepen, de beroemde Airbornes werden met traag vliegende Dakota's en zwaar bemande gliders aangevoerd. In de buurt van Arnhem werden 5000 man met materiaal neergezet, maar helaas, de opzet mislukte. De heronische strijd van de Airbornes zal in de geschiedenis een onvergetelijke bladzijde blijven. Ze hielden stand ondanks de verliezen, ondanks de onvoldoende hulp, totdat eindelijk een vijfde van hun getal over de Rijn kon worden teruggenomen. Maar de brug werd vernietigd. De sprong van Monty was te kort geweest. Hij reikte niet verder dan Nijmegen, waar gelukkig de brug wel behouden bleef, mede dank zij de dappere daad van Jan Hooff.
Maar ook dichterbij werden luchtlandingen uitgevoerd, namelijk in de buurt van Eindhoven en Son, bij Veghel en andere plaatsen. De corridor waarlangs het grondleger met pantserwagens en tanks moest voorttrekken, neen, voortsnellen werd gemarkeerd door de landingen van paratroepen, die de knooppuntensnel bezetten en bezet hielden totde versterking arriveerde. Dat was prachtig werk, adembenemend ook voor ons, de mensen van de Peel omdat nu opeens de geallieerden een stoot naar voren deden die ons practisch in de frontlinie bracht.
Maandag 18 september was Eindhoven bevrijd. Er ging een jubel door de Lichtstad ter verwelkoming van het prachtig vechtende leger dat zich vanaf Caen een weg gebaand had door Noord Frankrijk, Belgie en de strook Nederland die Eindhoven van de grenslijn scheidde. Helaas de jubel zou voor menigeen in droefheid verkeren, want de Duitsers deden in de avond van 19 September een verradelijke luchtaanval en strooiden vele bommen uit, die niet alleen materiele schade aanrichtten maar ook slachtoffers eisten.
De bevrijding van Eindhoven had een eigenaardige uitwerking. Men was blij maar tegelijkertijd ongeduldig over de treuzelende Engelsen omdat die zo lang op zich lieten wachten. De verovering van Eindhoven was zo vlot gegaan dat iedereen weer in kortzichtigheid de conclusie trok: het is de onwil van de Tommies, dat ze nu ook niet even geheel Brabant, althans zeker ons dorp komen bevrijden. Men doorzag niet meteen de opzet van Montgomery, die een corridor, een gang dwars door ons land had gevormd, het land nog door de vijand bezet en die al zijn mensen en materiaal nodig had om die gevaarlijke smalle corridor te behouden.
Het was onmogelijk voor hem mr te doen. Hij kon er onmogelijk over denken die strook te verbreden, voordat de eigenlijke corridor stevig geconsolideerd was. Maar ja, dat zagen wij allemaal voorbij en in egoisme praatten we van langzame Engelsen, vlak na de dag dat deze bewezen hadden weergaloos snel te zijn!




DEEL 6-B

De Duitsers die hier rondzwierven of vast domicilie hadden, -voorzoverbij strijdende legers van vast domicilie gesproken kan worden,- waren niet zo ongeduldig als de bevolking. Zij hadden liever gehad dat de Tommies die fameuze sprong over land en door de lucht maar niet gewaagd hadden. want zij wisten nu, dat er zeer binnenkort een zware wijs voor hen zou opgaan. Zo wijs waren zij door de Engelse zenders waarnaar zij min of meer openlijk durfden luisteren, wel geworden. En de communiques van hun eigen hoofdkwartier lazen zij voortaan ook kritischer dan toen zij daar achter hun Atlantikwall rustig kennis konden nemen, omdat ze gevechtshandelingen ver weg betroffen. Wat zij nu meemaakten en wat ze nu in de communiques lazen dekte elkaar niet precies!
Laten de Nederlanders zenuwachtig geweest zijn van ongedurigheid: de Duitsers waren het van angst. Dat bleek uit de reacties. Er werden bevelen gegeven, die enkele uren later weer werden ingetrokken en vervangen door andere. Troepen legden stellingen aan en verlieten die weer na een halve dag. Kanonnen werden aangesleept, opgesteld en weer verplaatst. Het was een gejaagd zoeken naar de juiste manier van afweer en bij degenen, die de bevelen kregen uit te coeren, een sceptisch doen. De zekerheid, stand te kunnen houden ontbrak. Dat was aan de gezichten der ondergeschikten te zien en aan de bevelen der officieren te merken.
Aan de Zuid-Westzijde van het kanaal, in Someren en Lierop dus, zag men de doortrekkende Duitsers. Burgers werden aangehouden en van hun fietsen ontlast, indien ze deze niet verstopt hadden. Langs de huizen hadden vorderingen van fietsden plaats. Het leger moest gemotoriseerd worden! Voor de terugtocht.
Aan de Noord-Oostzijde van de Zuidwillemsvaart, aan de kant van Asten dus, werd koortsachtig gewerkt aan veldversterkingen. Het aantal mangaten en mitrailleursnesten werd uitgebreid. Reeksen loopgraven werden klaargemaakt, vooral in de buurt van de sluizen, om dan plotseling weer verlaten te worden.
Een dag of acht voor de bevrijdeing kwamen enkele tientallen Duitsers met een stuk of zes kanonnen naar Asten. Het geheel stond onder bevel van een Feldwebel die vastbesloten scheen van Asten een Stalingrad te maken. Dat hield hij ook vol als men tegen hem praatte. Het was geen geruststelling hem bezig te horen of bezig te zien. Hij kon te keer gaan als een bezetene en wie hem door de straten zag jakkeren, kreeg de indruk met een volkomen krankzinnige te doen te hebben. Het leek wel of de kerel nooit sliep. Men hoorde hen de hele nacht en zag hem gedurende de dag.
Op zijn bevel werden de kanonnen telkens verplaatst. Zware vrachtwagens werden er voorgespannen. Nu eens stonden de stukken prachtig gecamoupleerd in stelling bij het bosje tussen Oliemolen en voetbalveld. Dan werden ze weggesleept naar een ander terrein langs de Wilhelminastraat. In de Wolfsberg kregen ze korte tijd een plaats bij het huis van L. van der Poel. Er was veel onzekerheid in het gemanouvreer maar ook tactiek. Immers, dus doende zouden vijendelijke artillerie of vliegtuigen moeilijk met zekerheid hun doel kunnen bepalen. De handelingen van de feldwebel met zijn troepje waren niet erg gerustgesteld. En zijn gejaagdheid plantte zich onwillekeurig over op de bevolking. Men begon te vrezen, dat er wel eens iets kon gebeuren wat minder aangenaam was dan een zegevierend binnentrekkend leger der Engelsen te begroeten. De gek was in staat Asten plat te laten schieten, alleen om zijn waanzinnig voornemen te kunnen uitvoeren: vechten tot de laatste man.
Onderling besprak men, waarom de Engelsen nu toch niet kwamen. Het scheen nog vrij gemakkelijk over het kanaal naar Asten te komen. Wel leek de feldwebel fanatiek, maar zijn manschappen zouden het minder zijn, althans zo op het oog te zien.





HIMMELS | NIJS | VRUUGER | SPSJAAL | VURHALEN | MUZZIEK | WEETJES | KULTUUR | ALLE FOTO'S HIMMELS | Sitemap


Submenu:


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu